Bedankt voor vandaag, Bram

Vorige week woensdag, tijdens een systemische themadag over het mannenveld, was ik een lijstje aan het maken voor een 'loslaatritueel'. Oude zaken die me niet meer dienen of zelfs in de weg zitten om volop te leven vanuit mijn innerlijke bron. Eén van de dingen die ik opschreef, was het ‘op zoek moeten gaan naar erkenning, bevestiging en waardering om me goed te voelen’.

Ik moest denken aan mijn werk bij de gemeente Utrecht, waar ik met twee collega's de voorbereidingen trof voor een groot bestuurlijk overleg. Hier gaat een hoop werk in zitten, en als projectteam krijgen we regelmatig te maken met last-minute wensen, wijzigingen en kritiek van deelnemers. Op de dag zelf zijn het de bestuurders die elkaar met een grote glimlach de hand schudden, het hebben over koetjes en kalfjes en over de inhoud. Wij als projectteam zijn er om, waar nodig, de organisatie op de rit te houden. Ondertussen kijken we toe hoe de bestuurders van overleg naar overleg hollen.

Dat wij de voorbereiding op ons nemen en de bestuurders zich meer met de inhoud bezighouden, is nu eenmaal de dynamiek, en daar is niets mis mee. Maar wat me kwelt, is dat er achteraf geen bedankje komt. Dat geeft me het gevoel dat ik verwaarloosbaar ben, niet erkend voor het werk dat we hebben gedaan. Van onze eigen collega's nog wel.

Daar kan ik behoorlijk van over de zeik raken. Ik zou het nog steeds waarderen om kort aangesproken te worden met de woorden 'Bedankt voor vandaag, Bram'. Vorige week stond ik daar eens bij stil. Want waarom maakt dit me eigenlijk boos? Heb ik het nodig om erkend, bevestigd en gewaardeerd te worden voor mijn werk? En zo ja, waarvoor heb ik dat dan nodig? Ligt daar een pijn of een gemis onder verscholen?

Ik schetste de situatie voor mezelf waarin mijn manager me vertelt dat er toch iets anders moet. Ik raak geïrriteerd en vertel hem dat hij het voortaan zelf maar moet doen. De hele voorbereiding. En dat ik hem dan misschien wel een bedankje geef voor zijn bijdrage. Maar het deel in mij dat deze frustratie zo uitspreekt, is niet mijn volwassen deel. Het is het kindsdeel, kleine Bram, dat aan het woord is.

En dat is interessant. Want blijkbaar heeft het kind in mij behoefte aan een compliment, een bedankje. Om zich erkend en gewaardeerd te voelen. Kunnen we onszelf als volwassene dan ook een compliment geven, om aan die behoefte van ons innerlijk kind te voldoen? We zijn het vaak niet gewend om onszelf een compliment te geven. Zeker hardop en in de nabijheid van anderen. Dat klinkt egocentrisch. Maar wat nou als we het vanuit liefde en waardering voor onszelf doen? Om die zelfcriticus in te ruilen voor die beste vriend in jezelf. We mogen onszelf wel vaker complimenten geven en ons daarmee meer zelfliefde te geven.

Wat ik daarbij wel scherp probeer te houden, is mijn eigen ego. Dat kindsdeel dat een onbevredigend gevoel aan vroeger heeft overgehouden, en waar ik nu, soms zonder het te merken, alsnog aan probeer te voldoen. Het is gezond om naar mijn eigen verlangens te luisteren en er ruimte voor te maken. Het wordt ongezond zodra ik ga handelen vanuit een gevoel van tekort, in plaats van vanuit mezelf.

Dus geef ik mezelf tegenwoordig vaker het compliment dat ik vroeger buiten mezelf zocht. 'Goed gedaan vandaag, Bram.' Niet omdat ik het nodig heb om overeind te blijven, dat verschil voel ik zelf ook nog niet altijd haarscherp. Maar wel omdat niemand anders het hoeft te zeggen.

Wanneer merk jij dat stemmetje dat om een bedankje vraagt? En durf je het jezelf te geven, of wacht je liever tot een ander het doet?

Volgende
Volgende

De erfenis